Beer Lao, brommers en beckham

Op het moment dat ik dit schrijf zit ik in een internnetcafeetje te typen naast een monnik in Luang Prabang. De mooiste stad van Zuid-Oost Azie volgens de kenners, en tot nu toe ook volgens mij. Het is hier prachtig met alle authentieke huizen, gallerietjes en restaurantjes en de kodak-momentjes liggen hier dan ook voor het oprapen.

Maar laat ik het even in chronologische volgorde doen en beginnen waar ik gebleven was, Vang Vieng.

't was aan de costa del Sol............

Vang Vieng is een beetje het Loret de Mar (dat denk ik althans, heb de Spaanse Costa nog nooit bezocht aangezien ik niet zo'n stapper ben ;) ) van Laos. Ondanks de afwezigheid van een strand en zee zijn de rest van de ingredienten voor een populaire badplaats ruimschoots aanwezig. De strandactiviteiten zijn vervangen door het zogenaamde 'tuben' (het in een band de rivier afdrijven en bier drinken onderweg) en kayakken, en van 's morgens vroeg tot 's avonds laat kun je een friends-marathon houden, want bijna in elke toko worden de afleveringen de hele dag achter elkaar gedraaid. Ik heb er een middagje aan meegedaan met een coconut-shake in een paar kussens liggend, maar had de helft al gezien en was er na een paar uur ook wel klaar mee.

De andere kant van Vang Vieng zijn de enorme hoeveelheid grotten en wandelingen in de jungle-achtige omgeving. Voor de kenners: Het voelde serieus of ik een aflevering van Lost terecht was gekomen. Als John uit de bosjes was geslopen om te vragen of ik mee een luik ging zoeken had ik het meteen gedaan. Op een gegeven moment dacht ik zelfs Sawyer nog te zien, maar het bleek een aantrekkelijke Scandinavier, ook niet verkeerd.

Aangezien mijn darmen het 2 dagen lang niet toelieten om de busreis van 6 uur naar Phonsavan te maken, er kwam namelijk alleen maar water uit mij, zijn we in Vang Vieng een week gebleven. Ja mensen, die verhalen horen en ook bij, het is afzien, dat reizen ;). Tijdens deze week ook mijn moed weer bij elkaar geschraapt en aan het kolonisten geslagen. We begonnen aan een tweede set en het staat inmiddels 4-1 voor mij. De eerste ging met 13-2 naar Buyo, maar daar hebben we (ik) het niet meer over. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

Als het aan mij zou liggen zouden de kippen (laotiaanse valuta) waarschijnlijk met bakken tegelijk uitgegeven worden aangezien ik volgens mijn vader geen gat in mijn hand heb want : "jij hebt niet eens een hand". Maar gelukkig is mijn steun en toeverlaat, mijn reisleider (kan ook met lange ij) en metgezel, Buyo de bankman er ook nog. Die rekent fanatiek uit hoeveel kip er in 100 baht gaan, hoeveel dollar dat dan is en hoeveel euro, zodat we een beetje binnen het dagbudget blijven. Ik ben hem nu al eeuwig dankbaar.

En dan....naar Phonsavan. 'The Plain of the jars". Voor mensen met weinig fantasie gewoon een stel grote stenen potten op een berg, voor de rest een plek met verhalen, legendes en mythen. Niemand weet zeker hoe die potten er gekomen zijn en waar ze voor dienden. Verhalen gaan dat er wijn in gestookt werd, maar ook dat ze dienden als urnen. Het dorp Phonsavan zelf, waar we verbleven lag op 1500 meter hoogte. Dat wil zeggen dat het voor Zuid-Oost Azische begrippen gewoon koud was. Geen zon, wind en 16 graden. Maar wij zijn geen laffe luxereizigers, dus nee, we gaan de Plain of Jars niet bekijken met tien anderen in een busje, wij die-hards huren een motor-bike. Dat was het plan, totdat Buyo terugkwam met de mededeling ruzie gemaakt te hebben met de enige verhuurder van de stad, omdat hij zijn paspoort niet wilde inleveren als borg. Op zich natuurlijk heel verstandig om dat niet te doen, en het was een prinicpe-kwestie, dus op zoek naar een andere verhuurder. Na een uur zoeken en steeds terugverwezen te worden naar verhuurder nummer 1, besloot ik Buyo zijn principes over boord te gooien en met mijn paspoort de brommer te gaan huren. Alleen, want Buyo vertikte het om naar binnen te gaan. Helm op, op die brommer, en ik zag de angst in de ogen van de verhuurder toen ik met horten en stoten, schakelen, gas geven, uitvallen, starten, gas geven, schakelen, het net redde tot het eind van de straat, waar Buyo het stuur overnam. Onderweg vond ik dat ik me toch ook eens aan het stuur moest wagen en Buyo ging met enige angst achterop zitten. Terwijl ik zoveel ervaring heb met schakelbrommer rijden...;) Ik geef toe, het was best spannend op een onverharde stofweg, zeker wanneer er een auto langs kwam rijden, dan zie je namelijk niks meer. Maar na een paar keer de berm te hebben meegepakt ging het vlekkenloos. Het leuke van die brommer is dat je met niemand rekening hoeft te houden en de weg kunt vragen aan de plaatselijke dorpsbewoners, voor wie wij echt nog een bezienswaardigheid zijn. Tanken kan gewoon in een rieten hutje langs de weg, waar een blik petroleum met een slang erin dienstdoet als pomp. We hebben om te beginnen 1 liter in de brommer gegooid, aangezien Buyo onze geliefde verhuurder uiteraard geen druppel benzine gunde om over te houden wanneer we terugkeerden. Dit leverde wel wat spannende momenten op in the middle of nowhere met het metertje ver in het rood, maar we hebben de brommer helemaal leeg weer afgeleverd om 17.57 uur. ( Hij moest voor 18.00 uur terug zijn). In totaal is er voor 26.000 kip aan benzine in gegaan (= 100 baht, = 3 dollar, = 2 euro, thnx B. hihi) en hebben we in totaal ongeveer 140! km afgelegd. We kwamen dan ook half onderkoeld en onder het stof terug. Onze eigen Dakhar-race. (Chris Zegers, eat your heart out....)

's avonds met sjawls om, sokken aan met de wind in ons haar op een bank in het tochtende guesthouse nog een flesje wijn gedaan en mijn voorsprong met kolonisten verder uitgebouwd. Deze set wordt voor mij, ik voel het!

De volgende dag om 07.00 uur!! naar het station om zeker te zijn van een plaatsje in de enige bus die dag naar Luang Prabang. Een reis die volgens de Lonely Planet 10 uur in beslag zou nemen. Onze chauffeur was er echter een uit de categorie: niet zeuren maar gasgeven, dus 8 uur en 728 haarspeldbochten later zetten we voet op de bodem van Luang Prabang. Zoals eerder genoemd, de mooiste stad van Zuid Oost Azie. De sfeer is gemoedelijk, de tempels prachtig, maar het eten toch wat minder dan in Vientiane. Het straatbeeld vult zich met prachtige panden, uitzichten over de rivieren en monniken die in groepjes voorbij lopen. Ik heb uiteraard weer gezellig met een aantal van deze monniken in opleiding (mio's), oftewel novicest zitten kletsen en er veel foto's van gemaakt.

Wat Phu Si, hét uitzichtspunt voor de zonsondergang in Luang Prabang, was voor mij een reden om de 200 treden op te klimmen die mij naar deze tempel zouden leiden (na 1liter Beer Lao soldaat gemaakt te hebben). Boven aangekomen vroeg ik me af of ik toevallig niet op de verkeerde locatie was aangekomen en er persconferentie aan de gang was. Ongeveer 100 mensen opgesteld in rijen van vier met statieven en telelenzen stonden in te zoomen, uit te zoomen, schoven opzij en weer terug om de beste foto van de niet eens zo bijzondere zonsondergang te maken. Kijkend naar dit tafereel schoot ik in de lach en vroeg aan de man naast mij wanneer David Beckham zou komen om de pers te woord te staan. De beste man zag er echter de humor niet van in en verschool zich weer achtyer zijn telelens. Na een paar foto's gemaakt te hebben ben ik dan ook weer afgedaald. 20.000 kip en een illusie armer.

Morgen vertrekken we richting de grens met China, die we over ongeveer 6 dagen over zullen gaan. Dan wordt het pas echt spanning en sensatie. Ik ben zelf erg benieuwd en hoop dat de internetverbindingen daar een beetje te doen zijn zodat ik jullie weer een beetje op de hoogte kan houden. Thnx voor alle reacties, is echt te gek.

Oh ja....en er staan foto's op, van Buyo zijn toestel. Om te bewijzen dat ik er echt ben ;)

Tot snel,

Kus!

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer