Hop on the bus, Gus

Tegen de tijd dat we in Nong Khai (grens met Laos) arriveerden hadden we al drie interviews afgegeven, zijn we zes keer op de foto gezet en heeft Buyo meerdere malen grote indruk gemaakt met het schrijven van zijn naam in het Thais. De Thaise taal is niet te verstaan (volgens Buyo is er 'geen touw aan vast te maken'), maar ik heb me inmiddels toch een vocabulaire van zo'n 10 a 15 woorden c.q. uitdrukkingen eigen gemaakt. Iets waar ik nu in laos helemaal niets meer aan heb (is een beetje hetzelfde als een Fransman die in Nederland tegen de serveerster Duits gaat praten), maar toch. Sabai sabai, zal ik maar zeggen. De eerder genoemde interviews werden afgenomen door plaatselijke scholieren, die om hun Engels te verbeteren, de straat op worden gestuurd om de farang (spreek uit: falang), oftewel buitenlanders het spreekwoordelijke hemd van het lijf te vragen over je favoriete Thaise bestemming, je favoriete eten en je afkomst. Giechelende tienermeisje en hele coole gasten gaan in een kringetje om je hen staan om zo de perfect foto te kunnen maken. En toch zijn we uiteraard heel gewoon gebleven. Fransje B. zou trots op ons zijn.

Nong Khai is de drukste grensovergang tussen Thailand en Laos en de weg er naartoe vanaf Chiang Khan is met recht betoverend te noemen. Het naar huiten kijken verveelt geen moment en de te berijden weg loopt constant paralel met de Mekongrivier. De charme van een lokale bus met lokale reizigers die werkelijk alles mee de bus in slepen is erg leuk. Van zakken rijst tot dozen en niet te onderscheiden attributen. Later in dit verhaal trek ik de genoemde charme nog ernstig in twijfel, maar daarover later meer.

Nong Khai zelf heeft een moderne en erg lange boulevard. De weg naar het buddhabeeldenpark besloten we dan ook lopend af te leggen. Heen ging prima, terug wat minder. 10 kilometer lopen op je teenslippers is toch niet z'n goed idee, maar daar kom je altijd te laat achter. De volgende dag richting de grens. Met de tuk tuk naar de bus en met de bus naar de grens waar we ons eerst moesten laten uitstempelen in Thailand. Vervolgens naar post 2 om een visum aan te vragen voor Laos. hetgeen betekent dat je je paspoort, een pasfoto en 36 dollar door een luikje duwt (35 voor het visum, 1 dollar voor het betalen van de 'overtime' in het weekend) en vervolgens wat formulieren krijgt die je moet invullen. Vervolgens naar post 3 waar je weer een aantal stempeltjes en papiertjes krijgt van een ernstig kijkende man in een hokje die ondertussen geniet van een aflevering van de Thaise dancing with the stars. Na een hoop gestempel en formulieren konden we de bus in richting Vientiane. De hoofdstad van Laos. Aangezien de Fransen hier vroeger nogal hebben huisgehouden zijn er nog veel franse invloeden te vinden in het straatbeeld. Meditterane pleintjes, Franse bakkerijen, bistro's en overal Franse straatnaambordjes. Het heeft iets knus en gezelligs en voor een hoofdstad is het hier ongelooflijk rustig. Het eten is geweldig en Vientiane is de plek bij uitstek om eens lekker luxe te doen. Dat lekkere eten is dan ook een reden om nog een dagje langer te blijven.

In het kader van de grote kolonisten achterstand, dacht ik deze afgang een beetje goed te kunnen maken met een bowlingchallenge. En ik weet ook wel dat ik in bowlen nog slechter ben dan ik elke andere sport die ooit geprobeerd heb, maar ik ging er vanuit dat Buyo deze tak nog minder onder de knie zou hebben. Om een lang verhaal kort te maken was het na 2 rondes 1-1 met voor mij een score van 135! binnen 10 frames. In de laatste minuut van de derde ronde haalde Buyo mij in met 2 punten verschil. Doet me toch erg denken aan hoe wij altijd van het Duitse voetbal elftal verliezen, maar dit terzijde. Maar eerlijk is eerlijk, het Vientiane bowlingteam t-shirt heeft hij dan ook echt verdient. Zo slecht hebben we het nog niet gedaan. Twee banen verder stond een Canadees te bowlen zonder duim, das pas echt lastig...

Na het baden in weelde en luxe werd het dan weer eens tijd om normaal te gaan doen. In de meest letterlijke vorm door ons weer met de lokale bus te verplaatsen, dit keer richting Vang Vieng. In een bus, de helft kleiner als een Nederlandse bus worden ongeveer 80 mensen gepropt. Hetgeen voor mij betekende dat ik kon plaatsnemen op een verfblik (light peach acrylverf) achteraan het gangpad. En iedere keer wanneer je denkt dat de bus echt vol is en je met je benen in je nek ligt, stapt er nog een compleet gezin in. Een ervaring is het zeker, het uitzicht is prachtig, en je waant je soms in een 'speedfilm' wanneer een van de medewerkers na het vastbinden van de bagage op het dak al rijdens vanaf het dak de deur intrapt en vervolgens behendig de bus weer inklimt. Van het complete gezin waarvan ik zeker wist dat ze er niet meer in zouden passen lag het jongetje op een gegeven moment met zijn hoofd op mijn schoot chipjes te eten en viel de moeder aan mijn andere kant tegen mij aan in slaap. En dit alles in de wetenschap dat ik nog drie uur te gaan had op mijn verfblik. Na een half uur dan toch die innerlijke rust gevonden en ik zat lekker voor me uit te staren toen er uit een doos achter mij opeens een heel klein hondje omhoog sprong die heel hard begon te piepen. Het voordeel hiervan was dat de moeder wakker schrok en ik opeens weer een been kon bewegen.

Op dit moment zijn we in Vang Vieng, maar hierover later weer meer. Er rest mij nu alleen nog een vraag te stellen waar wij hier niet uitkomen. We zien hier allemaal katten zonder staart. Als iemand enig idee heeft wie dat doet en waarom, stuur je antwoord dan naar het gastenboek, ik ben erg benieuwd.

Tot snel, dikke kus

xxxxxx

Blijf op hoogte!

Wil je op de hoogte blijven van de belevenissen? Meld je aan voor de mailinglist

Eerdere reisverhalen

Reis blog, ook wel reis webblog genoemd, wordt mogelijk gemaakt door Around the Globe. "Ontmoetingsplek voor en door reizigers". Lees onze Disclaimer